Theatersport & improvisatietheater

Theatersport

Wat is theatersport nu eigenlijk? En waarom worden er wedstrijden gespeeld?

Theatersport is niets meer of minder dan een vorm voor het spelen van theatervoorstellingen die geheel geïmproviseerd zijn. De vorm is in de jaren 70 van de vorige eeuw bedacht door Keith Johnstone. Deze theaterdocent werkte veel met improvisatie-vormen  en technieken om zijn acteurs beter en natuurlijker te leren spelen. Omdat hij ook graag het publiek actief wilde betrekken, bedacht hij dat voorstellingen als een sportwedstrijd gespeeld moesten worden. Door twee teams tegen elkaar te laten strijden, kan het publiek hun eigen team aanmoedigen en toejuichen. En omdat er wat te winnen valt, zullen de spelers alles uit de kast halen om zo goed mogelijk te spelen.

Als je naar een theatersportwedstrijd gaat, zal je merken dat je gevraagd wordt om je actief te bemoeien met de voorstelling. Je mag suggesties geven voor de scènes, je mag rozen naar het podium gooien om de spelers aan te moedigen, en als je het niet eens bent met de jury kan je dat laten weten door een (natte) spons naar hun hoofd te smijten.

Die jury zit er overigens om de voorstelling in goede banen te leiden. In Nederland zijn het meestal drie rechters. Ze hebben een uitgebreid takenpakket dat we hier niet in detail zullen bespreken. Maar het belangrijkste is eigenlijk dat ze in de gaten houden of de spelers de improvisatietechnieken wel goed gebruiken. Eén van die regels is bijvoorbeeld dat spelers geen kwetsende grappen mogen maken. Niet alleen omdat dit natuurlijk niet netjes is maar ook omdat dit gezien wordt als makkelijk scoren (kijk maar eens naar Amerikaanse comedians en let op de reactie van de zaal als er een scheldwoord voorbij komt: gegarandeerd dat er gelachen wordt).

Theatersport is dus improvisatietheater. Maar pas op: improvisatietheater is niet hetzelfde als theatersport. Al wordt in Nederland dat wel vaak verward met elkaar.

Improvisatietheater

Improvisatietheater is theater waar vooraf niet helemaal is vastgelegd wat er gaat gebeuren. Er zijn vele varianten en vormen van improvisatietheater. Hoe groot het improvisatie-gedeelte van een voorstelling is, kan verschillen. Soms ligt de structuur en het verloop van de voorstelling vast, zoals bij een theatersportwedstrijd. En wordt er ook gebruik gemaakt van zogenaamde games: vormen die het raamwerk van de scène al in zich hebben. Spelers hebben zo de vrijheid om zich volledig over te geven aan hun fantasie en creativiteit. Games zijn geweldig om te leren improviseren. Meer ervaren spelers wagen zich aan ‘vrije’ scènes. Dan ligt er niets vast en zijn spelers ook verantwoordelijk voor de verhaallijn. Ze moeten dus op meer dingen letten en dat maakt het een stuk moeilijker. De echte cracks zijn zelfs in staat om een volledige voorstelling te improviseren! Het enige dat daarvan vaststaat, zijn de begin- en eindtijd van de voorstelling. Improvisatie op het scherpst van de snede.

Improviseren is op zich niet heel moeilijk: iedereen doet het de hele dag door. Lastiger wordt het als je er theater mee moet maken. Dan zit er publiek naar je te kijken en wil je samen met andere spelers een verhaaltje bedenken. En tussendoor kan je niet even overleggen met elkaar. Gelukkig zijn er een aantal basisvaardigheden die het makkelijker maken:

  • wees positief: accepteer wat er al is en ga daarop verder
  • werk samen: ga niet voor eigen winst maar help de andere spelers (en dan helpen zij jou weer)
  • durf te doen
  • gebruik je fantasie
  • wees niet bang om eens een foutje te maken
  • loopt er iets fout: ga grandioos onderuit

 

 

Reacties zijn gesloten.